Afgelopen week werd ik geconfronteerd met mijn eigen eenzaamheid. Een gevoel dat ik nog goed herken uit mijn pubertijd; op die momenten dat een vriendin terloops een pijnlijke opmerking maakte of dat ik me totaal niet begrepen voelde door mijn omgeving. Of dat ik me niet welkom voelde…

Mijn cliënt kwam bij mij met de vraag over zijn team. Het was sinds een jaar onrustig in zijn team. Onderlinge meningsverschillen vroegen meer energie dan de focus op de kwaliteit van dienstverlening. Innovatieve ideeën werden binnen het team vroegtijdig afgebroken. Samenwerken voor het grotere geheel maakte plaats voor een heuse stammenstrijd. Inhoud versus proces, er kwam geen eind aan. Hij herkende zijn eigen professionals niet meer…

Mijn cliënt begon te vertellen over de afgelopen maanden; Hij had een zware tijd (privé) achter de rug en was daardoor wat minder bereikbaar geweest voor zijn teamleden. Maar op het moment dat hij bij mij in begeleiding kwam was dat achter de rug dus riep hij wat ongeduldig; “Ik ben er nu weer gewoon voor ze, dus er is geen reden meer voor onenigheid”.

Tijdens de opstelling stond het team verward in het veld. Ze zagen hun leidinggevende wel, maar namen hem niet vol aan. Er bleef ‘gedoe’ in het team. Op dat moment werd zijn eenzaamheid zichtbaar. Het verleden, de emoties, zijn onmacht, zijn verlies en zijn verdriet werden voelbaar. Toen ik het benoemde kwam er een weifelend; ‘ja’. Een gevoel dat hij zeker niet omarmde, waar hij liever door hard te werken bij weg ging. Als begeleider ken ik dat heel goed. Zo deed ik dat vroeger ook.  Hard werken om maar niet te hoeven voelen. Dus maakte ik nu contact met mijn eigen eenzaamheid en gebruikte dat als bron tijdens mijn begeleiding. Het voelde koud en verloren. Toen ik dat teruggaf aan mijn cliënt kwam er een volmondig ‘ja’ van herkenning. Op dat moment wist ik welk pad ik moest lopen. Ik stelde eenzaamheid en verlies op naast mijn cliënt. Het gemak waarmee hij er contact mee maakte verbaasde mij. Daarna zette ik kracht en doorzettingsvermogen aan de andere kant. Ook daarmee was mijn cliënt bekend. Hij werd zichtbaar voor het team en de onrust verdween. Het team wist welke kant ze op moesten kijken en straalde kracht en betrokkenheid uit.

Net zoals mijn cliënt, moet ik als begeleider soms langs pijnlijke ervaringen uit mijn verleden om duidelijkheid te krijgen over mijn pad. Eenzaamheid die ik liever wegdruk vraagt dan meer aandacht dan mij lief is. Door het te erkennen, er contact mee te maken, erover te praten, maak ik verbinding met hetgeen ik te doen heb. Zo was het ook deze keer voor mijn cliënt.